De Franse zuivelmarkt: ontwikkelingen

 Inleiding

Na een aantal jaren van relatieve rust is de Franse zuivelsector nu volop in beweging. Het vooruitzicht dat de melk quota worden afgeschaft zien sommige spelers als een kans terwijl anderen vrezen voor een sterk toenemende concurrentie met de andere EU-lidstaten. De zuivelsector is zeer belangrijk voor de Franse landbouw. Met een aandeel van 28-29 % in de landbouwproductie waarde en een aandeel van 14% in de export van landbouw producten is dat belang helder. Belangrijkste export product van de zuivelsector is kaas met een jaarlijks netto overschot van 600.000 ton. Deze export is vooral gericht op de EU markt (85% van de Franse zuivelexport gaat naar EU-landen). De Franse zuivelsector neemt een zeer belangrijke plaats in de totale zuivelproductie van de Europese Unie. Frankrijk is na Duitsland de grootste melkproducent en produceert ongeveer 16% van alle melk in de Europese Unie.

Dit artikel gaat kort in op de ontwikkelingen in de belangrijkste Franse zuivelregio en beschrijft hoe de melkproducenten en de zuivel verwerkende industrie zich voorbereiden op de afschaffing van de melkquota.

Ontwikkelingen in de ‘Grand Ouest’

Frankrijk heeft voor de toedeling en beheer van het nationale melkquota contingent het land in negen regio’s ingedeeld. Veruit het belangrijkste melk productie regio is de Grand Ouest (Bretagne en Pays de Loire). 31% van de Franse melkveehouders zijn in dit gebied actief en zij nemen 33% van de nationale melkproduktie voor hun rekening. Door de jaren heen produceert Frankrijk minder dan het haar toegekende zuivelquotum. De regio Grand Ouest is echter uitzondering op deze regel en benut volledig dan wel overschrijdt het toegewezen quotum.

Bretagne is het belangrijkste melk productie gebied in de regio Grand Ouest. Het ‘gemiddeld’ Bretons bedrijf beschikt over 30 hectare grasland, 22 hectare mais en 48 koeien. De melkproductie bedraagt tussen 310.000-320.000 liter/bedrijf. De verwachting is dat bij afschaffen van de quota in Bretagne de productie fors toeneemt. Schattingen van de productie toename variëren tussen de 15-50%. De grote marge geeft echter aan dat er nogal wat onzekerheden zijn. Zo is bijvoorbeeld de beschikbaarheid van arbeid in Bretagne een probleem. Een nog groter probleem is de forse milieubelasting door o.a. de melkveehouderij die in nitraatvervuiling van het oppervlaktewater resulteert. Het gevolg van de nitraatverontreiniging is massale groene algengroei op de Bretonse stranden. Elk jaar leidt dit tot veel negatieve publiciteit en sterke politieke druk om de milieubelasting door de veehouderij te verminderen. De uitvoering van de nitraatrichtlijn is nu al een forse opgave met de huidige melkveestapel. Een laatste onzekerheid is of de zuivel verwerkende industrie de Bretonse melk voldoende weet te valoriseren en in staat is om met de Bretonse zuivelproducten voldoende te kunnen concurreren op de wereldmarkt.

De belangrijkste zuivelproducten van Bretagne zijn melkpoeder (mager en vol), boter en kaas. Wat kaas betreft gaat het vooral om de productie van Emmentaler. Maar liefst 73% van de Franse Emmentaler productie is afkomstig uit Bretagne. Emmentaler is de goedkoopste kaassoort in de Franse Retail, waarop slechts een kleine winstmarge wordt behaald en sterke concurrentie wordt ervaren van Duitse Emmentaler. Voorts wordt harde ongepasteuriseerde kaas (m.n. raclette) in dit gebied geproduceerd. Van de totale Franse melkpoeder productie is 54% afkomstig van Bretagne. Versproducten zijn relatief ondervertegenwoordigd in het Bretonse productiepakket. Lactalis is de grootste melkcollector in deze regio, gevolgd door Sodiaal.

Afschaffing melkquota

De afschaffing van melkquota zal in Bretagne leiden tot toename van de melkproductie. Deze regio heeft zeker nog groei mogelijkheden maar loopt ook tegen flinke milieubeperkingen aan. De afschaffing van quota zal naar verwachting gepaard gaan met daling van de melkprijs en om dit te compenseren zal de melkveehouder reageren met het verhogen van zijn melkproductie.

Behalve het afschaffen van melkquota, zal ook de veranderde systematiek voor uitbetaling van directe inkomenssteun vanaf 2014 door de Bretonse melkveehouders gevoeld worden. Veel van hen ontvangen nu een directe inkomenssteun die gekoppeld is aan hun productie in het verleden. Die koppeling verdwijnt en in plaats daarvan komt een koppeling met het aantal hectares dat het boerenbedrijf omvat. De inschatting van de Franse overheid is dat dit vooral veel melkveehouders zal raken.

Om grote schokken in de inkomenspositie van de melkveehouders te voorkomen heeft de Franse overheid zich sterk gemaakt voor het opzetten van producenten organisaties van melkveehouders. Deze POs kunnen met de verwerkende private industrie contracten overeen komen (de zgn. contractualisering). In de contracten worden leverantie volumes, contractduur, product kwalificaties en criteria voor de vaststelling van de melkprijs vastgelegd. Grote vraag is hoe deze contracten eruit zullen zien, wanneer zij in 2016 weer hernieuwd moeten worden, immers veranderen met de afschaffing van de quota in 2015 de marktcondities.

De zuivelcoöperaties bereiden zich ook voor op de afschaffing van melkquota en delen het toegestane leveringsvolume van hun leden op in een A-volume (met een A-prijs) en een B-volume (met een uiteraard lagere B-prijs). Het A-volume is bedoeld om de aanvoer van melk voor hoogwaardige zuivelproducten te stabiliseren en het B-volume wordt gebruikt voor zuivelproducten met een lage toegevoegde waarde. De precieze invulling van het systeem verschilt per coöperatie.

Voor de grootste coöperatie, Sodiaal, is de invulling als volgt: Voor het seizoen 2011-2012 mag 96% van het quotum/veehouder als A-melk geleverd worden en dit wordt afgebouwd tot 85% van zijn huidige quotum in 2015. De prijsvorming voor A-melk is conform de geïndiceerde prijs van de interprofessionele zuivel organisatie (CNIEL). De prijsvorming voor B-melk wordt afgeleid van de prijsvorming voor boter en melkpoeder.

Toekomstverwachting Franse zuivel

De Franse private zuivelindustrie is volop aan het internationaliseren. Zo werd Lactalis mondiaal de op één na grootste zuivelverwerker door de overname van Parmalat en versterkte haar positie in Canada, Afrika en Zuid-Amerika en binnen Europa in uiteraard Italië en Spanje maar recent ook in Zweden.

Danone heeft een sterke positie opgebouwd in Rusland met overname van Unimilk (Rusland is nu na Frankrijk de belangrijkste afzetmarkt voor Danone). Danone focust sterk op groei in producten voor kindervoeding en klinieken. Zoals bekend, laat Danone veel van haar R&D in Nederland plaats vinden.

Bongrain is internationaal ook volop actief o.a. Duitsland, Roemenië en Italië. Groupe Bel is een bekende speler in de Nederlandse zuivelwereld met de overname van Leerdammer.

De coöperaties hebben het duidelijk moeilijker in Frankrijk. Zij halen 57% van de melk op en staan voor de uitdaging daar zoveel mogelijk toegevoegde waarde aan te geven. De enige coöperatie van formaat is Sodiaal. Andere coöperaties proberen door fusies en allianties tot schaalvergroting en rationalisatie en daarmee versterkte concurrentiekracht te komen. Wat echter ontbreekt, is marktleiderschap voor één of meer zuivelproducten. Zelfs slagen coöperaties (m.u.v. Sodiaal) er niet in om voor enig zuivelproduct in de Franse markt de nummer twee te zijn. Accent van hun productengamma ligt veelal op bulkproducten zoals boter, melkpoeder en verse melk.

Tenslotte zijn er vele kleine, lokale zuivelverwerkers (al of niet op coöperatieve basis), die veelal hoogwaardige karakteristieke kaasproducten te produceren. Zij slagen erin om goede marges op deze producten halen en door oorsprongsbescherming weten zij het aanbod in balans te houden met de vraag vanuit de markt. Nationaal nemen zij een bescheiden positie in maar lokaal zijn ze belangrijk. Grote zuivelverwerkers tonen interesse in deze kleine verwerkers. Sommige kleine verwerkers worden dan ook overgenomen en na een kwaliteitsverbeteringsprogramma en gebruik makend van hun uitgebreide distributie en afzet infrastructuur voegen de grote zuivelverwerkers zo interessante producten toe aan hun producten gamma.

Voorlopig blijft de geschetste dynamiek in de Franse zuivel nog volop aanwezig zowel nationaal alsook internationaal.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: