PotatoEurope 2012 en ontwikkelingen in de Franse aardappelsector

Op 12 – 13 september jl. vond in de Noord-Franse plaats Villers-Saint-Christophe een voor de Nederlandse aardappelsector belangrijk evenement plaats: PotatoEurope 2012. Het ministerie van EL&I en het Bureau van de Landbouwraad van de ambassade in Parijs nemen hieraan deel met een paviljoen, waarin Nederlandse bedrijven zullen exposeren. EL&I Directeur Plantaardige Agroketens en Voedselkwaliteit, dhr. Kees Lever, zal een FR-NL ontmoeting voorzitten van de overheids- en professionele organisaties in de aardappelsector. Ook wordt t.b.v. de NL deelnemers een matching bijeenkomst georganiseerd met belangrijke internationale bedrijven actief in de aardappelsector. PotatoEurope is een roulerend evenement, om beurten georganiseerd door Nederland, Frankrijk, België en Duitsland. PotatoEurope 2011 vond plaats in België, telde 173 exposanten en trok ruim 7000 bezoekers, waarvan ruim 20% buitenlanders uit 41 verschillende landen. PotatoEurope is ook interessant voor leveranciers van machines en verpakkingsmateriaal. De Franse investeringen door de sector in agro-equipment trekken weer aan. De markt voor zaai-, grondbewerkings- en bemestingsmachines nam in 2011 met ruim 30% toe en ook de perspectieven voor 2012 zijn positief. Frankrijk importeerde in 2011 voor 3,5 mld. € aan landbouwmachines. Nederland nam de 6e plaats in, ná Duitsland, Italië, de VS, België en Oostenrijk.

De regio Noord-Frankrijk is, met een productie van 2 mln. ton consumptieaardappelen, het hart van de Franse aardappelwereld. Noord-Frankrijk produceert één op de 3 Franse consumptieaardappelen, 90% van de diepvriesfrites en exporteert een kwart van zijn aardappelproductie.

Meer informatie bij het Landbouwbureau Parijs en op: www.potatoeurope.com

Omdat PotatoEurope dit jaar in Frankrijk wordt georganiseerd, volgt een schets van een aantal ontwikkelingen met recent verschenen cijfermateriaal. Frankrijk is, evenals Nederland, van oudsher een belangrijke speler in de Europese aardappelwereld. Dit uit zich o.m. in de actieve rol die Frankrijk speelt in Europese vakorganisaties, zoals de NEPG (vers en industrie), CESPU (zetmeel), RVSP (handelsvoorwaarden), ESPG (pootgoedlobby) en ESA (plantaardig uitgangsmateriaal). Als toekomstig voorzitter van EAPR (aardappelonderzoek), zal Frankrijk, ná België, de 20ste driejaarlijkse Europese Conferentie van EAPR in 2017 organiseren.

Pootaardappelen: record oogst en meer export

Productie

Met een – sinds 2006 toenemend – areaal van 17.274 ha (2011) en een EU-aandeel van 16%, neemt Frankrijk, ná Nederland (36%) en Duitsland (17%) de 3e plaats in. 150 ha is bestemd voor biologisch pootgoed. De gecertificeerde productie bedroeg in 2011 een record  van 450.350 ton. De productie wordt in de markt gezet door een 50-tal collecteurs/expediteurs (80%) en circa 200 producenten/verkopers (20%). Frankrijk telt 1.407 aardappelrassen op de Europese rassenlijst, 204 op de Franse rassenlijst en selecteerde in 2011 10 nieuwe rassen. Het aantal telers neemt af en telt nu 887 met een gemiddeld areaal van 18 ha (23 ha in N-FRA); er is sprake van schaalvergroting. Het aandeel van gecertificeerd pootgoed in het totaalverbruik is gestegen tot 86%.

Export & import

Frankrijk exporteert gemiddeld op jaarbasis 100.000 ton. Sinds 2009 neemt de export toe. in 2011 was de export 144.600 ton tegen 136.500 ton in 2010. 50% vindt zijn bestemming in de EU, 47% gaat naar Noord-Afrika en het Midden-Oosten. De traditionele afzetmarkten zijn Spanje, Portugal, Italië en buiten Europa de Maghreb-landen, Egypte en het Midden-Oosten. Een toenemend volume (36.000 ton in 2011), bestemd voor re-export gaat via Nederland.

Frankrijk importeerde in 2011 31.500 ton (tegen 29.000 in 2010). Hiervan kwam 25.000 ton uit Nederland; in 2010 was dit 20.000 ton. Na Nederland zijn België en Duitsland de grootste leveranciers op de Franse markt. De hoge pootgoedvolumes die tussen Franse en Nederlandse handelshuizen verhandeld worden, typeren de toenemende internationalisering van deze handel en benadrukken hoe nauw verweven, hoewel concurrent van elkaar, de gemeenschappelijke Frans-Nederlandse belangen zijn geworden.

Structuur:

De pootaardappelproductie is geconcentreerd in 2 regio’s, Noord-Frankrijk en Bretagne. De telers zijn georganiseerd in een federatie, FN3PT (Fédération Nationale des Producteurs de Plants de Pommes de Terre). A.g.v. de Wet op de Modernisering in de landbouw (2010) en EU-ontwikkelingen heeft de sector zich in 2011 gereorganiseerd. De regionale structuren van FN3PT, te weten Plants Bretagne, Comité Nord en Comité Centre et Sud, hebben sinds eind 2011 de juridische status van telersorganisatie (p.o.) verkregen. Anders dan in de G&F sector hebben de 3 p.o.’s bewust gekozen voor de juridische status van een “niet-commerciële” p.o. Hiermee blijft de afzet in handen van de individuele teler. De FN3PT is een AOP (associatie van p.o.’s) geworden. Dankzij deze nieuwe structuur kunnen bv. reglementaire voorschriften sectoraal breed worden opgelegd (de zgn. ‘extension des règles’). De pootgoedproductie is voor 80% contractteelt tussen teler en collecteur/expediteur. Hiermee zijn gemoeid 694 telers, 50 collecteurs en 14.708 ha (op een totaal van 17.274 ha). Voor contractteelt vormen de modelcontracten van GNIS, sectororganisatie van plantaardig uitgangsmateriaal, de juridische basis.

Versterking concurrentiepositie:

De pootgoedexport had in 2011/2012 een goed start, vooral naar verre bestemmingen. De export naar Zuid- en Oost-Europa lijkt echter moeizamer te verlopen a.g.v. de economische crisis in Z-Europa en de momenteel zwaar overvoerde markt in O-Europa. Interessante afzetmarkten blijken steeds vaker verre bestemmingen. Z-Europa is immers bezig eigen productiesystemen op te zetten voor de lokale markt. Europees pootgoed zal ook duurder worden a.g.v. hoge(re) transportkosten en de toenemende milieudruk, aldus de sector. De FN3PT heeft dan ook recent 3 prioriteiten gesteld voor de versterking van de concurrentiepositie van de Franse pootgoedsector, waaronder:

  • Een solide kwaliteitsbeleid (exportcertificering) met meer harmonisering in Europees verband (met het oog op geschillen met derde landen);
  • een efficiënt onderzoekapparaat voor rassenverbetering en fytosanitaire zaken (focus op PVY-virus en nematoden). Hiervoor kent Frankrijk kent een recent opgericht (privaat-publiek) onderzoekunit UMT Innoplant (UMT=Unité Mixte Technologique) i.s.m. INRA (fundamenteel onderzoek). Het instituut voor praktijkonderzoek, Arvalis-Institut du Végétal, heeft 2 onderzoeksprogramma’s voor aardappelen: EAUPTION Plus 2009-2013 met een focus op watergebruik/droogtetolerantie bij aardappelen en een speciaal programma voor milieubewuste en innovatieve productiesystemen, rassenverbetering gericht op verwerking en export, versterking van concurrentiekracht van teeltbedrijven en verbetering mechanisatie.
  • partnership met belangrijke afzetmarkten. Als voorbeeld wordt genoemd de succesvolle 10-jarige samenwerking met Egypte. Ook met Brazilië is recent een akkoord gesloten i.s.m. de Braziliaanse licentiehouder Multiplanta.

 

Consumptieaardappelen: record oogst en exportfocus op Oost-Europa

Frankijk neemt als producent, met een areaal van 110.300 ha en een (record)oogst van 5,3 mln. ton (+17% t.o.v. 2010), na Duitsland en vóór Nederland, de 2e plaats in de EU. Frankrijk is echter de grootste exporteur, niet alleen in de EU, maar ook wereldwijd. In 2011 exporteerde Frankrijk 20% van zijn productie ofwel bijna 2 mln. ton. De import geeft sinds 2008 een dalende tendens weer. Dit geldt ook voor de import uit Nederland (14.000 ton in 2011 tegen 18.000 ton in 2010). Voornaamste bestemmingen van de Franse consumptieaardappelen zijn België, Zuid- en Oost-Europa. 6% ofwel 105.000 ton ging naar Nederland. De export naar O-Europa nam sterk toe (+48% in 2011), naar verluidt dankzij de goede, constante kwaliteit, maar ook dankzij de versterkte marktpositie van de Franse retailers in O-Europa. Deze markt wordt als een belangrijke groeimarkt gezien. Z-Europa, dat goed is voor 60% van de Franse afzet, wordt door de Franse sector niet meer gezien als een groeimarkt. De strategie is hier dan ook gericht op consolidatie van het Franse marktaandeel. Voor een gezamenlijke, strategische aanpak van de Oost-Europese markt hebben CNIPT (sectororganisatie consumptieaardappelen), UBIFRANCE (overheidsagentschap voor exportondersteuning) en FEDEPOM (handel) recent afspraken gemaakt die ook zullen worden ingebed in het eveneens recent getekende Frans-Russische akkoord voor ‘voedselzaken’, AFRAA (Association française franco-russe pour l’alimentaire). Echter, de fytosanitaire eisen van Rusland en de (te)lage dekking van de Franse exportkredietverzekering blijven een zorgpunt voor de sector.

De Franse consumentenmarkt blijft stabiel. Het aandeel van kleinverpakkingen (2,5 kg of minder) neemt toe, evenals de voorkeur voor vastkokende rassen. Het voornaamste afzetcircuit blijft de supermarkten die, met slechts 5 ketens, in Frankrijk zeer geconcentreerd is en dus een machtspositie hebben. De frequente promotieacties van de retailers voor aardappelen tegen afbraakprijzen wekt de nodige wrevel op bij de sector.

Verwerkende sector: de dynamiek zit erin

Frankrijk verwerkte in 2011 ruim 1 mln. ton aardappelen (waarvan 60% geleverd op contractbasis) tot 560.000 ton aardappelproducten. 22% van de aangeleverde aardappelen was import. In 2010 produceerde Frankrijk 549.000 ton aardappelproducten. Frankrijk neemt met een aandeel van 8% in de EU-productie de 4e plaats in, ná Nederland, Duitsland en België. De aardappelverwerkende industrie – 16 bedrijven, gebundeld in GIPT (sectororganisatie van de verwerking) – draait uitstekend en kent nog steeds een flink groeipotentieel. De Franse consumptie van aardappelproducten in 2011 bedroeg 857.000 ton. Uitgedrukt in procentueel aandeel per product is dit: 75% diepvriesproducten (+5%), 13% chips (+2%) en 9% gedroogde producten (+0,7%). De (groei)markt van buitenhuisconsumptie met 430.000 ton product in 2011 – waarvan vooral diepvriesproducten – is aan het succes van de goed draaiende industrie niet vreemd. Er is een toenemende vraag naar aardappelen en dit is niet alleen door McCain. McCain kondigde namelijk recent aan zijn Europese verwerkingscapaciteit te zullen vergroten. Hiervoor zal McCain 600.000 ton extra aardappelen nodig hebben voor de komende 5 jaar. McCain heeft in Frankrijk 3 productie-units. De import van verwerkte producten bedroeg in 2011 687.000 ton (+14% t.o.v. 2010), waarvan twee-derde diepvriesproducten. Voornaamste leveranciers waren Nederland en België. Frankrijk exporteerde echter slechts 393.000 ton (+28% t.o.v. 2010), waarvan 90% diepvriesproducten. Voornaamste afnemers waren Italië, Spanje en Nederland.

Ook de aardappelzetmeelindustrie met de 2 grote spelers, Roquette en SYRAL Haussimont, is in Frankrijk een belangrijke sector. SYRAL Haussimont is sinds kort in handen van het concern TEREOS-SYRAL.

In 2011 werden 977.000 ton zetmeelaardappelen verwerkt tot 223.000 ton zetmeel. 67% is bestemd voor de papier/kartonindustrie en 32% voor de voedingsmiddelenindustrie. Zetmeelaardappelen worden op contractbasis geteeld door 1.281 telers met een gemiddelde opbrengst van 55 ton/ha op een totaal areaal van 20.089 ha. België en Italië waren de grootste leveranciers. De totale import 2011 van aardappelzetmeel beliep 17.000 ton en vertoont een dalende tendens. De voornaamste leveranciers van zetmeel zijn, in afnemende orde, Nederland (42%) en Duitsland (33%). Sinds 2006 worden exportstatistieken van zetmeel niet meer gepubliceerd (bedrijfsgeheim). In 2006 bedroeg de Franse export 92.000 ton zetmeel. De Franse Overheid heeft, ondanks het verzet van deze sector, gekozen voor ontkoppeling van de directe inkomenssteun voor de productie van zetmeelaardappelen tot de inwerkingtreding van het nieuwe GLB in 2014.

Conclusie

Het mag duidelijk zijn dat de Franse aardappelsector niet stil zit. Gezien het verbeterde investeringsklimaat zowel in agro-equipment als in de voedingsmiddelenindustrie, zullen hier ongetwijfeld nieuwe kansen liggen voor Nederlandse exporteurs. Ook de sterke groeimarkt van aardappelproducten, onder merknaam of private label, biedt kansen, vooral in het segment buitenhuisconsumptie. Dit wordt nog eens benadrukt door een marktonderzoek naar dit segment dat GIPT recent heeft opgestart met FranceAgriMer (ministerie).

Landbouwbureau Parijs  –  juni 2012

Websites:

www.cnipt.fr (consumentenaardappel sector)

www.gipt.net (verwerkende sector)

www.plantdepommesdeterre.org (pootgoedtelers)

www.gnis.fr (keuringsinstantie zaaizaden en pootgoed)

www.axema.fr (landbouwmachines/-materieel)

Adressengidsen:

. Le guide des filières Pommes de Terre (incl. de aardappelverwerkende industrie; Editions Ad Hoc) 

. L’Officiel des Industries de la Conserve (incl. convenienceproducten ; Editions Comindus).

een reactie

  1. hennie kleiman · · Beantwoorden

    geachte . . . . .mevr., mijneheren, Ik ben op zoek naar een aardappelsoort welke uit frankrijk was meegenomen naar holland. Jaren heb ik daarvan kunnen eten omdat ik de kleinsten steeds bewaarde als pootgoed, totdat mijn lieve honden er aan hebben zitten vreten en ik geen pootgoed meer overhad dat voorjaar. De grootste vruchten waren ondeveer 8 cm bij 5 een gladde schil met oppervlakkige ogen en de kleur was ook gekookt wat meer oranje dan geel en ik kan toch nergens de rasnaam vinden of van iemand die op vakantie ging naar Frankrijk, of men aardappels mee wilden brengen. niets . Waar vindt ik fotoinformatie van oranje gekleurde aardappels uit france? met vriendelijke dank voor uw evt. moeite Hennie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: