Verkenning Frankrijk als partner voor algen/zeewieren

Op initiatief van het Landbouwbureau Parijs heeft een delegatie van Nederlandse onderzoekers van Wageningen UR/IMARES en TNO een bezoek gebracht aan Frankrijk om kennis te nemen van onderzoek aan en ontwikkeling van zeewier/algen in dit land. In juli werd de pôle de compétitivité Mer Bretagne-Atlantique bezocht en in oktober de pôle Mer Méditerranée in Zuid-Frankrijk.

Frankrijk kent een met ons vergelijkbare opzet van gouden driehoeken, georganiseerd rond zogenoemde ‘pôles de compétitivité’ (innovatieclusters). T.a.v. onderzoek en innovatie op het vlak van algen en wieren zijn 2 pôles van belang. In samenwerking met de Pôle Mer Bretagne Atlantique en de Pôle Mer Méditerranée werden de bezoeken en ontmoetingen aan onderzoeksinstituten en bedrijven georganiseerd. In Bretagne lag de nadruk op macro-algen ofwel zeewier; in de Provence stonden vooral micro-algen op het programma. Doel was o.m. verkenning voor een aantal concrete samenwerkingsideeën binnen de Nederlandse TO2-instellingen

Bezoek aan Bretagne (rond Brest en Quimper) – 15-16 juli 2015

Bretagne kent een lange geschiedenis van gebruik van zeewier. Merendeel van de geproduceerde zeewier is wildvang. Er is hoegenaamd nog geen teelt van zeewier. Diverse soorten spoelen aan op de kust en worden geoogst door een soort aardappelrooimachine, getrokken door een trekker. Het geheel rijdt door de ondiepe kustzone  en oogst voornamelijk Ulva dat in ruime mate op de kust aanspoelt. Daarnaast wordt Saccharina veelvuldig met de hand geplukt. Begeleider van Franse zijde was Rachel Portal-Sellin. Zij is in dienst van de Pôle Mer Bretagne Atlantique met als aandachtsgebied marine resources.

Het Roscoff Marine Station is uitgebreid bezocht (http://www.sb-roscoff.fr/roscoff-marine-station). Dit station is een essentiële pijler voor het innovatie platform. Er vind een indrukwekkend programma fundamenteel gericht onderzoek plaats. Samenwerkingsmogelijkheden met gebruikmaking van Interreg en/of FP-7 programma’s van de EU worden op korte termijn onderzocht. De onderzoekers van Roscoff presenteerden o.a. IDEALG, een EU project dat zich richt op de genetische kennis van zeewier.  Zie ook de website: http://www.idealg.ueb.eu/versionAnglaise/themes/Project/. Veel aandacht is er ook voor het opzetten van verwerkingsketens om wieren te verwerken en producten te verhandelen. Belangwekkend is soortencollectie van Roscoff: 3500 micro-organismen en 250 macro-organismen.

Eén van de vragen van FRA zijde was waarom Nederland (nog) geen lid is van het EMBRC (European Marine Biological Research Centre). Het zijn namelijk niet instituten of instituutsorganisaties maar landen die van EMBRC lid kunnen zijn.

Een uitwisseling vond plaats met 3 bedrijven/instituten die met zeewier bezig zijn: Olmix, Agrocampus en AquaB.

Olmix is betrokken bij het project Ulvans. Het bedrijf (www.olmix.com) is de belangrijkste FRA specialist in marine biotechnologie en groene chemie. Olmix maakt de laatste jaren een enorme groei door in de omzet van zeewier o.a. voor gezondheidsproducten, fytosanitaire middelen en veevoeding. Dankzij patenten heeft het bedrijf 14 innovatieve producten beschermd. Olmix interesseert zich ook voor het wereld voedselvraagstuk voor de toekomst en de rol die Bretagne kan spelen in de voedselvoorziening via macro-algen.

Het Ulvans project is gericht op ontwikkelen van een waardeketen voor zee-sla. De oogst van zee-sla is een uitdaging waarvoor men in het kader van dit programma een oogstmachine heeft ontwikkeld.

ROC Agrocampus Ouest – Begmeil locatie – verzorgt beroepsopleidingen op marine terrein, waaronder algen. Om straks over deskundigen te beschikken die met ‘seagriculture’ kunnen omgaan, moeten ze nu worden opgeleid. Er zal gewerkt worden aan een uitwisseling studenten met Van Hall Larenstein.

AquaB plukt zeewier en heeft daar een bestaansbasis van, vergelijkbaar met Zeewaar. Met dit bedrijf is gesproken over teelt versus verzamelen, alsmede het borgen van de kwaliteit van de biomassa door certificering.

Vervolgens vond een overleg plaats op de Technopôle over samenwerking. Willem Brandenburg (WUR) en Corjan  van den Berg (TNO) gaven een toelichting op de onderzoeksactiviteiten in Nederland. Van beide kanten is de wil om tot samenwerking te komen benadrukt. Aandachtspunt daarbij is dat het telen van zeewier in Bretagne nog een moeilijk onderwerp is met de visserijsector aldaar. NL kan hierin een rol spelen.

Groepsfoto:

foto groep algenreis Bretagne

Van links naar rechts: Christine Sage, Floris Groenendijk, Willem Brandenburg, Lisanne van Dam, Marie-Dominique Plan, Nico van Opstal, Corjan van de Berg, Jacques Neeteson, Rachel Portal-Sellin, Hervé Demais.

 

 

 

 

Bezoek aan Zuid-Frankrijk (Middellandse Zee kust) – 27-  29 oktober 2015

Dit tweede deel van de missie stond in het teken van de micro-algen.

Als eerste werd het CEA-Centre de Cadarache bezocht (http://www-cadarache.cea.fr/index_gb.php). Dit centrum valt onder het Commissariat à l’Energie Atomique (CEA), vergelijkbaar met ECN. Er werken 16.000 mensen en het jaarlijkse budget bedraagt € 4,4 miljard, voor het overgrote gedeelte afkomstig van de Franse overheid. Ook bij bezoeken aan andere onderzoekinstellingen bleek dat de Franse overheid zeer veel geld steekt in fundamenteel, innovatief onderzoek.

Op het CEA doet men o.a. technisch onderzoek naar alternatieve energie, “the third generation energy”: innovatie in biofuels, de toepassing van zonne-energie bij de algenteelt (o.a. een solar dryer voor het drogen van algen), maar ook onderzoek naar alternatieve energie. Centraal persoon is hier Jean-Francois Sassi. Er is veel belangstelling voor samenwerking met WUR. Men heeft veel aandacht voor de energietoepassingen van algen en vooral microalgen. Het centrum beschikt over een fotobioreactor. Dit is een verticale opstelling van horizontale buizen (‘Vertically Stacked Tubular Photobioreactor’) waarin algen worden gekweekt. Het ontwerp is afkomstig van Microphyt, in Nederland wordt een vergelijkbare reactor vermarkt door het bedrijf LGem. Er zijn veel raakvlakken en ook al interactie met WUR AlgaeParc in Wageningen.

Vervolgens werd Microphyt bezocht. Een bedrijf dat op commerciële basis algen kweekt, waarbij men zich vooral richt op bijzondere algensoorten met hoogwaardige inhoudstoffen. Het bedrijf opereert een 50 m lange 6-voudige verticale buizen fotobioreactor van 5000 l in een kas waarin elke 2 weken circa 13 kg droge stof microalgen wordt geteeld. Het ontwerp is gepatenteerd en wordt uitsluitend nog gebruikt voor productie en niet langer aan derden verkocht. Het bedrijf richt zich op hoogwaardige toepassingen zoals cosmetica, humane voeding (kweek van Spirulina, productie van het anti-oxidant Astaxanthine) en farmaceutische producten

Daarna een bezoek aan het onderzoekinstituut IFREMER –Palavas dat zich richt op de kweek en verwerking van microalgen en zeewieren. Op het terrein van Ifremer staat een innovatief project vacuüm-airlifts  van COLDEP, een start-up i.s.m. IFREMER. De vacuüm-airlift is een innovative combinatie van een vacuümpomp met een airlift. Deze heeft 3 functies: circulatie, gasinjectie en oogst van algen.

Ifremer heeft het concept nu aangesloten op een raceway voor kweek van micro-algen (zie foto hieronder). Men heeft de ambitie om hierin een gemengde algenpopulatie te kweken (met continue productie over de seizoenen) en zo te komen tot een continue oogst van algen. Onder meer wordt een groot project gestart voor de omzetting van CO2 uit rookgassen in waardevolle producten door middel van algenteelt:

foto 3 algenreis Mer Méditerranée (landschap)foto algenreis vacuum airlift IFREMER Palavas

 

 

 

 

 

 

 

Vervolgens werd een bezoek gebracht aan de firma Greensea. Het bedrijf produceert op commerciële basis allerlei producten op basis van algen. Zowel kleurstoffen als algenconcentraten voor hoogwaardige toepassingen zoals cosmetica, voedingssupplementen, en als voeding voor aquacultuur. Men vindt dat er teveel focus is op direct commercieel toepasbaar onderzoek. Er is te weinig onderzoek voor het ‘algemene belang’. Wie betaalt er bijvoorbeeld voor onderzoek naar gezondheidsrisico’s van toxische algensoorten? Het bedrijf ziet onderzoek naar nieuwe algensoorten en producten als belangrijke thema’s in het algenonderzoek naast kostenverlaging van de productie. Ook bio raffinage voor het winnen van meerdere producten uit de biomassa ziet men als kansrijk.

Het bezoek werd afgerond met het Observatoire Oceanique in Villefrance-sur-Mer  (OOV/INRIA), met activiteiten op het gebied van diversiteit van fytoplankton en environmental monitoring van het zeemilieu. Samen met de onderzoeksstations Roscoff (Bretagne) en Banyuls-sur-Mer maakt dit station deel uit van EMBRC. De groep doet sinds 2008 onderzoek aan biotechnologie van microalgen o.a. optimalisatie van fotobioreactoren. Daarnaast heeft dit instituut dat in de 19de eeuw werd opgericht, een schat aan botanische informatie over zeewieren. OOV is betrokken bij diverse R&D projecten, waaronder selectie van microalgen voor olieproductie en een concept voor een ‘Microalgae Photovoltaic Greenhouse’. In dit project wordt een kas voorzien van semi-transparante PV cellen die alleen zonlicht doorlaten in twee pieken van het spectrum (rood en blauw). Deze golflengten kunnen door algen (die in de kas worden gekweekt in open systemen) worden opgenomen en benut voor groei. De overige zonnestraling wordt door de PV cellen omgezet in elektriciteit voor de productie. In het concept wordt ook opwarming van de algenteelt tegengegaan, zodat bespaard wordt op koeling.  Het project is in de opstartfase en de opstelling (nog in aanbouw) in de kas werd bezocht. De Full Spectrum Location zal op pilot schaal uiteindelijk ca. 400 m2 beslaan. Beide onderwerpen sluiten aan bij lopend/uitgevoerd WUR onderzoek op het gebied van olie- en eiwitproductie voor voeding, diervoeders en non-food, en ontwikkeling van innovatieve kassen technologie voor microalgen teelt.

Hans Reith/WUR-Algae Park presenteerde een overzicht van WUR onderzoek naar olieproductie met algen, vergelijking van algenproductie systemen in het pilot project AlgaePARC en de techno-economische modellen die zijn ontwikkeld met deze data. Gevoeligheidsanalyse toont dat het temperatuureffect na het lichteffect de belangrijkste factor is in het verkrijgen van een hoger rendement voor de algenproductie. Nu moet er veel energie worden besteed aan koeling.

Het ‘Microalgae Photovoltaic Greenhouse’ concept zou dus perspectief bieden binnen de TO2 partners ECN en DLO; een slimmer gebruik van het spectrum van zonlicht zou kunnen leiden tot een optimale mix van biogeneratie en elektriciteitsproductie via fotovoltaïsche cellen. Het sluit ook aan bij de nieuwe generatie zonnepanelen die juist gebruik maken van een meerlaagse zonnecel waarin het lichtspectum efficiënter benut wordt.

De startup INALVE richt zich met name op eiwit productie met deels gepatenteerde technologie voor 1) selectie van geschikte algensoorten (IP) 2) geoptimaliseerde procescontrole 3) kweek en oogst (IP) 4) extractie van eiwitten. De ambitie is deze technologie in 2017 te kunnen toepassen voor productie van ingredienten voor functional food/ tasty food en aquacultuur voeders, en vanaf 2020 grootschalige distributie van microalgen gebaseerde voedingsproducten.

Groepsfoto (bij IFREMER-Palavas)foto groep bij IFREMER Palavas

 

 

 

 

Conclusies

Er zijn vele aanknopingspunten voor samenwerking tussen WUR en de bezochte Franse R&D instituten en bedrijven op gebied van zeewieren en microalgen productie en benutting. De WUR instituten hebben in de afgelopen periode veel (praktische) kennis en expertise opgebouwd die goed aansluit bij de (fundamentele) kennis en expertise van de (potentiële) Franse partners.

Concrete samenwerkingsprojecten kunnen worden vormgegeven binnen bestaande EU programma’s zoals H2020, en regionale funding programma’s. Aan Franse zijde kan steun worden gegeven bij de vormgeving van samenwerkingsprojecten via inhoudelijke ondersteuning, partnersearch /matchmaking en advies over funding. De Franse pôle’s beschikken o.a. over een zgn. “ecosysteem” van legal professionals, investeerders en business developers die projecten kunnen faciliteren en erin deelnemen.

In Nederland is sprake van een (nog) kleine maar complete micro-algensector bestaande uit R&D instellingen, productie bedrijven, commerciële technologie ontwikkelaars en eindgebruikers, met positief groeipotentieel. Ook is sprake van een zich ontwikkelende zeewierensector die vooral is gericht op kweek van zeewier in Nederland en toepassing in voeding (voorbeeld: Dutch weedburger). De kennis beschikbaar bij WUR op gebied van microalgen productie en bioraffinage voor o.a.food en feed productie is tot stand gekomen resp., wordt verder ontwikkeld met behulp van funding uit EU projecten en PPP projecten.

*Interesse voor algen/zeewier? Op zoek naar samenwerking met FRA partners?

Neem dan contact op met Landbouwbureau Parijs (PAR-LNV@minbuza.nl)

*informatieve websites:

http://www.pole-mer-bretagne-atlantique.com/fr/

http://www.polemermediterranee.com/

http://www.poleaquimer.com/fr/index.html

*Artikel over perspectieven zeewier, ontleend aan vakblad ‘Filières Avicoles’ (nov 2014): klik hier voor artikel 

%d bloggers liken dit: